De Slotgracht van Fryslân: Het Vergeten Verhaal van de Tjongerschans
De Tjonger (of de Kuinder) was in die tijd veel meer dan een afvoerkanaal voor turf; het was de natuurlijke verdedigingslinie van Friesland, met strategische schansen als onneembare bastions in het moeras.
Een barricade tegen de Spanjaarden
Het verhaal van de Tjongerschans begint in de turbulente beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog. In 1582 was de dreiging vanuit het zuiden groot. Spaanse troepen, onder leiding van de beruchte officier Verdugo, rukten op vanuit Steenwijk en probeerden via het zuidoosten Friesland binnen te dringen.
De Friese Staten grepen in en lieten op strategische oversteekplaatsen in het moerassige Tjongerdal verdedigingswerken opwerpen: de schansen. Deze schansen waren geen stenen kastelen, maar vernuftig ontworpen aarden wallen, vaak voorzien van een diepe gracht en een palisade van duizenden houten palen. Vanuit deze verhoogde stellingen konden Friese soldaten de smalle doorgangen door het moeras bewaken en elke aanval met kruisvuur tot stilstand brengen.
Het Rampjaar: Bommen Berend voor de poort

Bijna honderd jaar later, in het beruchte Rampjaar 1672, werd de linie opnieuw in allerhoogste staat van paraatheid gebracht. De bisschop van Münster, Bernard van Galen — in de volksmond beter bekend als ‘Bommen Berend’ — had zijn zinnen gezet op het noorden. Nadat hij Groningen niet op de knieën kreeg, probeerde hij met een omtrekkende beweging via de Friese Zuidoosthoek alsnog de Friese hoofdstad te bereiken.
De oude schansen langs de Tjonger werden in sneltreinstraat opgeknapt of opnieuw opgebouwd als onderdeel van de Friese Waterlinie. Het was een spannende tijd voor de bewoners van wat nu Jubbega en Hoornsterzwaag is. De regio was een militaire grenspost geworden. Het moeras, dat normaal gesproken een hindernis was voor de ontginning, bleek nu onze grootste bondgenoot; het hield de vijand letterlijk in de modder vast, terwijl de schansen de weinige begaanbare paden blokkeerden.
Zoektocht naar de fundamenten
Hoewel de exacte locatie van de Tjongerschans onder historici nog altijd onderwerp van debat is, heeft het landschap haar geheimen deels prijsgegeven. Nabij Oudehorne, vlakbij de grens met onze dorpen, wijzen resten van oude wallen en archeologische vondsten van paalgaten op de aanwezigheid van deze militaire geschiedenis. Oude kaarten uit de zeventiende eeuw tonen de schans niet in het bos, maar juist in een lage bocht van de rivier, waar het overzicht over het dal optimaal was.
De schansen hadden vaak een karakteristieke vorm met ‘halfbastions’, waardoor soldaten de flanken van de wal konden verdedigen zonder zichzelf bloot te stellen. Het was een staaltje militaire ingenieurskunst dat, samen met het waterbeheer, Friesland in die donkere jaren heeft gered van bezetting.
Van verdedigingslinie naar natuurparel
Tegenwoordig is de militaire spanning verdwenen, maar de historische waarde is actueler dan ooit. De Friese Waterlinie wordt momenteel herontdekt en weer ‘beleefbaar’ gemaakt voor wandelaars en fietsers. Waar soldaten ooit bibberend van de kou op de uitkijk stonden, genieten wij nu van de parkachtige rust en de rijke flora en fauna van het Tjongerdal.


