Verhalen & historie
Jubbega en Hoornsterzwaag zijn gevormd door veen, water en de mienskip.
Langs de Schoterlandse Compagnonsvaart ligt een geschiedenis van arbeid, turfwinning en gemeenschapszin die nog altijd in het landschap aanwezig is.
Langs de Schoterlandse Compagnonsvaart ligt een geschiedenis van arbeid, turfwinning en gemeenschapszin die nog altijd in het landschap aanwezig is.
Onze oorsprong
Geworteld in het veen, gevormd door rivier en gemeenschap.
Jubbega en Hoornsterzwaag danken hun karakter aan een landschap dat eeuwenlang is gevormd door water, veen en vakmanschap. Centraal in de regio ligt de Tsjonger (in het Stellingwerfs: De Kuinder), een oude rivier die van Kuinre naar Oosterwolde stroomt en de bredere landschappelijke structuur van Zuidoost-Friesland mede heeft bepaald.
De omgeving maakt deel uit van een uitgestrekt laagveengebied dat zijn oorsprong vindt in de ijstijd, toen smeltwater het landschap modelleerde en een nat, laaggelegen gebied achterliet. In deze natte omstandigheden konden later omvangrijke veengebieden ontstaan.
In Jubbega en Hoornsterzwaag zelf werd dat landschap vooral gevormd door de veenontginningen en de aanleg van de Schoterlandse Compagnonsvaart, die het gebied ontsloot en het landschap blijvend veranderde. De foto toont de Tsjoelevaart, een historische zijkanaal- of opvaart die hoorde bij het netwerk van turfvaarten rond de Turfroute. Zulke zijtakken werden vaak genoemd naar de bestemming of het gebied waar ze naartoe liepen — in dit geval de Tsjoele.
De omgeving maakt deel uit van een uitgestrekt laagveengebied dat zijn oorsprong vindt in de ijstijd, toen smeltwater het landschap modelleerde en een nat, laaggelegen gebied achterliet. In deze natte omstandigheden konden later omvangrijke veengebieden ontstaan.
In Jubbega en Hoornsterzwaag zelf werd dat landschap vooral gevormd door de veenontginningen en de aanleg van de Schoterlandse Compagnonsvaart, die het gebied ontsloot en het landschap blijvend veranderde. De foto toont de Tsjoelevaart, een historische zijkanaal- of opvaart die hoorde bij het netwerk van turfvaarten rond de Turfroute. Zulke zijtakken werden vaak genoemd naar de bestemming of het gebied waar ze naartoe liepen — in dit geval de Tsjoele.


Het verhaal van de Compagnonsvaart
Eeuwenlang trokken arbeiders hier het veen in, op zoek naar het ‘zwarte goud’: turf. De turfwinning heeft Fryslân en ook deze streek sterk gevormd. De vele vaarten en wijken waren daarbij van groot belang. Via het water werd de turf afgevoerd en ontstond verbinding met andere gebieden.
De aanleg van de vaarten verliep niet overal gelijktijdig. De Opsterlandse Compagnie kreeg al vroeg toestemming om een verbinding te maken met de veengebieden in Zuidoost-Fryslân en de Drentse Hoofdvaart. Daardoor boog de Opsterlandse Compagnonsvaart bij Wijnjeterp al naar het zuiden af, voordat de Schoterlandse Compagnie zover was met haar plannen.
De aanleg van de Schoterlandse Compagnonsvaart kwam uiteindelijk bij de 23e wijk tot stilstand. De vaart liep daar dood. Wel werden nog enkele wijken in oostelijke richting gegraven. Pas aan het begin van de twintigste eeuw ontstond een echte verbinding met de huidige Turfroute. Toen werden de beide Compagnonsvaarten met elkaar verbonden via de Tjoelevaart.
In het begin van de jaren vijftig veranderde de situatie opnieuw. In Jubbega en Hoornsterzwaag werd bij iedere wijk een dam met een duiker in de vaart aangelegd. Ook verdwenen de open verbindingen tussen de wijken en de vaart. Tegelijkertijd werd de rijdweg verbeterd. Vanaf dat moment was de vaart niet meer bevaarbaar.
Het feit dat de vaart doodliep, had grote gevolgen voor de streek. Toen de turfgraverij uiteindelijk ten einde kwam, ontbrak een belangrijke vaarverbinding die voor nieuwe bedrijvigheid had kunnen zorgen. De economische ontwikkeling kwam daardoor moeilijk op gang en er ontstond grote armoede.
Toch leeft de geschiedenis van hard werken, volhouden en samen de schouders eronder zetten nog altijd voort in de dorpen. De oude vaarten, arbeiderswoningen en statige boerderijen herinneren aan een tijd van zwaar werk, vakmanschap en sterke mienskip.
Op de foto staat een cortenstalen stoepbord, zoals veel winkels in Jubbega buiten hebben staan. De afbeelding op het bord stelt een turfsteker voor: een verwijzing naar het zware werk en de geschiedenis die onlosmakelijk met deze streek verbonden is.
Eeuwenlang trokken arbeiders hier het veen in, op zoek naar het ‘zwarte goud’: turf. De turfwinning heeft Fryslân en ook deze streek sterk gevormd. De vele vaarten en wijken waren daarbij van groot belang. Via het water werd de turf afgevoerd en ontstond verbinding met andere gebieden.
De aanleg van de vaarten verliep niet overal gelijktijdig. De Opsterlandse Compagnie kreeg al vroeg toestemming om een verbinding te maken met de veengebieden in Zuidoost-Fryslân en de Drentse Hoofdvaart. Daardoor boog de Opsterlandse Compagnonsvaart bij Wijnjeterp al naar het zuiden af, voordat de Schoterlandse Compagnie zover was met haar plannen.
De aanleg van de Schoterlandse Compagnonsvaart kwam uiteindelijk bij de 23e wijk tot stilstand. De vaart liep daar dood. Wel werden nog enkele wijken in oostelijke richting gegraven. Pas aan het begin van de twintigste eeuw ontstond een echte verbinding met de huidige Turfroute. Toen werden de beide Compagnonsvaarten met elkaar verbonden via de Tjoelevaart.
In het begin van de jaren vijftig veranderde de situatie opnieuw. In Jubbega en Hoornsterzwaag werd bij iedere wijk een dam met een duiker in de vaart aangelegd. Ook verdwenen de open verbindingen tussen de wijken en de vaart. Tegelijkertijd werd de rijdweg verbeterd. Vanaf dat moment was de vaart niet meer bevaarbaar.
Het feit dat de vaart doodliep, had grote gevolgen voor de streek. Toen de turfgraverij uiteindelijk ten einde kwam, ontbrak een belangrijke vaarverbinding die voor nieuwe bedrijvigheid had kunnen zorgen. De economische ontwikkeling kwam daardoor moeilijk op gang en er ontstond grote armoede.
Toch leeft de geschiedenis van hard werken, volhouden en samen de schouders eronder zetten nog altijd voort in de dorpen. De oude vaarten, arbeiderswoningen en statige boerderijen herinneren aan een tijd van zwaar werk, vakmanschap en sterke mienskip.
Op de foto staat een cortenstalen stoepbord, zoals veel winkels in Jubbega buiten hebben staan. De afbeelding op het bord stelt een turfsteker voor: een verwijzing naar het zware werk en de geschiedenis die onlosmakelijk met deze streek verbonden is.
Onze historie

De Omgekeerde Staking van 1952
Een verhaal dat de eigenzinnigheid van onze regio perfect typeert, is de ‘Omgekeerde Staking’ van 1952.

De Slotgracht van Fryslân: Het Vergeten Verhaal van de Tjongerschans
Wie vandaag de dag langs de verstilde oevers van de Tjonger wandelt of fietst, kan zich nauwelijks voorstellen dat dit vredige kabbelende water ooit de frontlinie vormde van een bloederige strijd.

De molenberg van het Rogmounepaad
Het Rogmounepaad voert ons terug naar de tijd vóór de grote vervening, toen de regio een zelfvoorzienende boerengemeenschap was.